Sprinkhaanstraat 37, 3271 Averbode
013/77.28.45

VERZORGING PASGEBOREN PUPPY
Wanneer u al een ervaren of beginnende fokker bent. Vaak komen er toch onverwachte problemen op uw pad. Hier vindt u een overzicht over het verzorgen van pasgeboren puppy’s.
1. De eerste dagen
A. De rol van de moeder
Gedurende de eerste weken van hun leven worden puppy’s intensief verzorgd door hun moeder. Net zoals voor de geboorte, zijn ze ook nu nog volledig van haar afhankelijk.
Wanneer een nest puppy’s geboren wordt, zal elke puppy met een navelstreng verbonden zijn aan zijn of haar individuele moederkoek. Soms breekt de navelstreng door tijdens het uitdrijven van de puppy. Soms bijt de moeder deze zelf door na de geboorte, waarbij het ook kan voorkomen dat ze de moederkoek zelf op eet. Het stukje navelstreng dat nog aan het buikje van de puppy blijft vasthangen, zal langzaam indrogen en na vier tot zeven dagen afvallen.
Puppy’s moeten vrijwel onmiddellijk na de geboorte drinken. Uit die eerste moedermelk halen ze het vocht, de voedingstoffen en de antistoffen die ze nodig hebben om te overleven. De meeste pups kunnen de tepels goed vinden, maar soms hebben ze wat hulp nodig. De fokker kan dan zelf de puppy’s aanleggen aan een geschikte tepel.
Pasgeboren pups drinken elke twee à drie uur bij de moeder. Pas naarmate ze ouder worden, zal deze frequentie geleidelijk aan afnemen. Melk is voor pasgeboren puppy’s de enige bron van vocht en voedsel. Bovendien zullen de jonge puppy’s gedurende de eerste twee dagen van hun leven uit deze moedermelk antistoffen opnemen tegen verschillende infectieziekten. Dit beschermt hen tegen virussen en bacteriën, nu hun jonge lichaampje dit zelf nog niet kan. Na de eerste twee dagen, kunnen deze antistoffen niet meer doorheen de darmen van de puppy’s opgenomen worden. De antistoffen in de moedermelk blijven echter in de darm van de puppy’s nog wel een zekere bescherming bieden, zolang ze hiervan drinken.
Pasgeboren puppy’s kunnen zichzelf nog niet warm of schoon houden. Ook hier speelt de moeder dus een essentiële rol. Om te ontlasten en te plassen, hebben ze eveneens hulp nodig van de moeder. Zij stimuleert dit door de buik en het achterwerk van de kleintjes te likken nadat ze hebben gedronken.
B. De rol van de fokker
In het vorige stukje las je de belangrijkste taken van de moeder in de eerste dagen van de puppy’s: Voeden, wassen, stimuleren, de temperatuur reguleren en beschermen. Soms loopt het echter mis en lukt het de mama niet helemaal om te doen wat ze zou moeten doen. Dan moet de fokker een handje helpen.
Pasgeboren puppy’s die gezond en tevreden zijn, doen maar twee dingen: slapen en drinken. Als ze piepend rondkruipen, duidt dit meestal op een probleem. Dit kan een signaal zijn dat ze honger hebben, het te warm of te koud hebben of pijn hebben.
Als de pups door de moeder niet voldoende warm gehouden kunnen worden, biedt een warmtelamp, zoals bijvoorbeeld een infraroodlamp, uitkomst. De eerste vier à vijf dagen is een temperatuur van rond de 26 tot 28 graden het beste, geleidelijk dalend tot 26 graden in de tweede week, 23 à 26 graden in de derde week en 23 graden in de vierde week. Door de lamp hoger of lager te hangen, pas je de temperatuur zelf aan. Leg regelmatig een omgevingsthermometer in de nestbak, om de temperatuur te controleren. Let er ook op dat je de lamp niet zo laag hangt, dat de pups zich kunnen verbranden.
Een moederhond, zeker eentje die nog weinig ervaring heeft, kan soms de pups onvoldoende laten drinken. Hou dit als fokker goed in de gaten en leg desnoods zelf de pups elke 2 uur aan de tepels. Stel ondertussen de moederhond gerust. Typisch zal dit teefje de pups ook weinig stimuleren om te plassen en te ontlasten. Dit zal zich vertalen in gezwollen, pijnlijke buikjes en minder eetlust. Met een vochtig warm washandje kan de fokker de buikjes en de poepjes van de pups masseren, waardoor hun darmpjes en blaas gestimuleerd worden.
Laat de moederhond haar puppy’s wel voldoende zogen, maar lijken ze nog steeds honger te hebben. Dan kan het zijn dat de moeder onvoldoende melk produceert of dat een pup onvoldoende zuigreflex heeft. Door de pup vlak voor het zogen te wegen en vlak erna, kan de fokker inschatten of de pup ook daadwerkelijk melk heeft opgenomen. Is er iets mis? Neem dan zeker contact op met de dierenarts. Soms kan het nodig zijn om de pups bij te voeren. Doe dit echter niet lichtzinnig en steeds in overleg met je dierenarts.
Het belangrijkste symptoom dat er iets mis is, is dat de pup niet groeit of zelfs gewicht verliest. Let ook op de teef: een pup die verzwakt, krijgt minder aandacht van de moeder of wordt zelfs door haar uit het nest gezet.
Geef dus als fokker voldoende aandacht aan de omgevingstemperatuur, de moedermelk(klieren), de activiteit en het gewicht van de pups.
2. Oogjes
Tot een leeftijd van tien tot veertien dagen oud kunnen puppy’s nog niet horen of zien.
In deze periode kunnen ze wel goed ruiken en contact met mensen is nu al belangrijk om ze aan mensen te laten wennen. Pak ze echter niet te vaak op, rust is erg belangrijk in deze fase. Bezoek is op dit moment zeker nog niet aangeraden.
Als na de leeftijd van veertien dagen de oogjes nog niet open zijn, de oogleden opzwellen of er komt viezigheid uit de ogen, neem dan contact op met uw dierenarts.
3. Gewicht puppy's
In het algemeen moeten puppy’s elke dag gewicht aankomen. De ene dag zal dit wat meer zijn dan de andere. Hun gewichtsschommelingen zijn een belangrijke parameter om hun gezondheid in te schatten. Het is daarom verstandig de pups meteen na de geboorte te wegen en na twaalf uur nogmaals. Daarna kan u de pups elke dag op hetzelfde tijdstip wegen. Na vier weken kan u ze wekelijks gaan wegen. Noteer alle gewichten, zodat u de groei goed in de gaten kan houden.
De eerste twee dagen van hun leven kunnen puppy’s wat gewicht verliezen. Echter, vanaf de 3de dag moet dit terug stijgen en een gezonde pup heeft binnen de eerste levensweek zijn geboortegewicht terug overschreden. Een pup moet zijn geboortegewicht verdubbelen in acht a tien dagen. Pups die extra goed in de gaten gehouden moeten worden, zijn degenen met een laag geboortegewicht of pups die afvallen of weinig aankomen na de geboorte.
Gemiddeld groeit een pup 1,6 tot 4 gram per 24 uur per kg van het te verwachten gewicht op volwassen leeftijd. Een labradorpuppy met een te verwachten volwassen gewicht van 40 kilo zal dus 64 tot 160 gram per dag bijkomen. Een chihuahuapuppy met een te verwachten volwassen gewicht van 3 kilo zal 4.8 tot 12 gram per dag bijkomen.
4. Hoe voer je puppy's bij?
Puppy’s bijvoederen is een intensieve bezigheid en gaat ook ‘s nachts door. Pups moeten in de eerst week acht à twaalf keer per dag, dat is om de twee à drie uur, drinken. Pas als ze drie weken oud zijn, vermindert dit in frequentie.
Echte moedermelk heeft naast het ‘gebruiksgemak’ ook nog het voordeel dat het puppy’s beschermt tegen infectieziekten. Zeker de moedermelk van de eerste twee dagen is wat dit betreft echt van levensbelang. Ook daarna beschermt de moedermelk de puppy’s nog in beperkte mate, zolang ze blijven zogen. Pups die met de hand worden grootgebracht, groeien vaak minder snel dan pups die bij de moeder blijven.
Echter, hoe belangrijk echte moedermelk ook mag zijn, soms is bijvoederen met kunstmelk essentieel. Produceert de teef onvoldoende kwalitatieve melk, laat ze de puppy’s echt niet drinken of zijn er puppy’s die niet in staat zijn om van de tepels te drinken, dan kan het zeker zijn dat de fokker, na overleg met de dierenarts, zelf flessenmelk moet geven.
Indien bijvoeding noodzakelijk is, volgt u best de aanwijzingen die u op de verpakking vindt. Een voorbeeld van een werkwijze is de volgende: los één deel poedermelk op in twee delen voorgekookt lauwwarm water. Roer of schud daarna goed, tot alle klontjes opgelost zijn. De gemaakte melk moet snel verbruikt worden. U kunt dan ook het beste voor iedere voeding nieuwe melk aanmaken.
De dagelijks benodigde vochtbehoefte is 20 tot 25 procent van het lichaamsgewicht. Het schema hieronder is een voorbeeld van de hoeveelheden die gegeven kunnen worden:
Om de melk toe te dienen, kunt u gebruik maken van een flesje of een sonde. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een flesje, moet er goed op worden toegezien dat de pup zich zeker niet verslikt. Wanneer een pup echt voltijds moet worden bijgevoederd of wanneer een pup in slechte conditie is, is eerder het gebruik van een sonde aanbevolen. Een sonde is een zacht rubberen slangetje waardoor de melk rechtstreeks in de maag gebracht kan worden. Hiermee voorkomt u dat de pup zich zal verslikken. Om te kijken hoever u de sonde in kunt brengen, legt u de pup op zijn zij en legt u de sonde over de pup heen tot aan de zesde rib. Zet nu aan het begin van de sonde (bij de bek) een streepje met een stift. Om de sonde in te brengen, duwt u met uw vinger het bekje open en schuift u de sonde over de tong heen. Als de pup slikt, duwt u de sonde langzaam door tot aan het streepje. Zet nu de spuit met melk op de sonde en druk deze langzaam leeg. Vergeet niet om na elke voederbeurt, het buikje en het gebied rond de anus te masseren om het urineren en ontlasten te stimuleren.
Eenmaal een pup 3 à 4 weken oud is, kan hij de melk langzaam beginnen afwisselen met vast voedsel. Maak hiervoor een papje van puppyvoer met kunstmelk.
Voor verdere tips en begeleiding kunt u altijd bij uw dierenarts terecht.
5. Ontwormingsschema
Het ontwormingsschema voor puppy's begint op twee weken leeftijd en is vrij intensief. Een pup wordt ontwormd op de leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken. Ontworm het moederdier steeds tegelijk met de pups. Vervolgens moet de pup elke maand worden ontwormd tot hij 6 maanden oud is. Vanaf dan wordt een hond best levenslang elke 3 maand ontwormd.
6. Vaccinatieschema
De puppy-vaccinaties werden normaal opgestart door de fokker tussen de leeftijd van 6 en 8 weken. Bent u een erkende fokker, dan bent u verplicht uw puppy’s te laten vaccineren tegen kattenziekte, hondenziekte, besmettelijke leverziekte en kennelhoest, alvorens ze te verhandelen.
Na dit primo-vaccin vaccineren we elke 3 tot 4 weken tot de hond minstens 16 weken is. Vervolgens raden we een boostervaccinatie aan tussen de leeftijd van 6 maanden en een jaar. Nadien komt uw hond jaarlijks voor een gezondheidsonderzoek en de nodige vaccins.
Wat:
-
Standaard: kattenziekte, hondenziekte, besmettelijke leverziekte en rattenziekte.
-
Optioneel: kennelhoest. Honden die veel met andere honden in contact komen, hebben hier baat bij, zoals bijvoorbeeld op hondenweides en hondenscholen. Voor honden die naar bepaalde hondenshows of naar een hondenpension gaan, is deze vaccinatie verplicht.
-
Optioneel: hondsdolheid. Deze vaccinatie is verplicht wanneer u met uw hond naar het buitenland gaat.
7. Chippen
Elke hond die in België wordt geboren, moet binnen de eerste 7 weken na de geboorte worden gechipt en geregistreerd en moet worden voorzien van een Europees paspoort. De registratie moet steeds in eerste instantie gebeuren op de naam van de fokker en kan pas daarna worden overgezet op de naam en adresgegevens van de toekomstige eigenaar.
Koopt u een hond die niet is geboren in België, hou er dan rekening mee dat honden pas Europese grenzen mogen oversteken als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo moet de hond in het land van herkomst reeds gechipt zijn en een geldig rabiës-vaccin hebben gekregen. Aangezien een rabiës-vaccin pas aan honden mag worden toegediend vanaf de leeftijd van 12 weken en een rabiës-vaccin pas geldig wordt 3 weken na toediening, mag een geïmporteerde pup dus nooit jonger zijn dan 15 weken. Vervolgens moet de pup binnen de 8 dagen in België worden geregistreerd.
